claartje.

Home › Kennisbank › Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM's)

🛠️ Hoofdstuk B · Uitvoeren van werkzaamheden · 4 van de 40 examenvragen

Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM's)

Wanneer je PBM's gebruikt, wie waarvoor verantwoordelijk is, en welk middel je kiest voor ogen, gehoor, ademhaling, hoofd, handen, voeten en lichaam.

PBM's: wanneer en wie

Een PBM is uitrusting of kleding die jou beschermt tegen gevaren op het werk. Je gebruikt PBM's pas als het gevaar niet bij de bron kan worden weggenomen, niet kan worden afgeschermd en niet met collectieve maatregelen is op te lossen.

Let op: een PBM neemt het gevaar niet weg en voorkomt geen ongeval. Het zorgt voor minder letsel als het toch misgaat.

De werkgever of inlener stelt PBM's beschikbaar, geeft instructie en houdt toezicht op het juiste gebruik. Jij controleert ze regelmatig, gebruikt ze goed, slaat ze zorgvuldig op en onderhoudt ze. De fabrikant zorgt dat een PBM de wettelijke bescherming echt biedt, betrouwbaar en getest is en een CE-markering heeft.

Sommige PBM's mag je alleen gebruiken na een extra opleiding of instructie: onafhankelijke adembescherming, valbeveiliging en lasbeschermingsmiddelen.

💡 Werkgever geeft, jij controleert, gebruikt, onderhoudt en bergt op. Een PBM beperkt letsel, het voorkomt geen ongeval.

Ogen en gezicht

Gevaren:

  • Harde, scherpe deeltjes die rondvliegen
  • Gloeiende deeltjes bij slijpen, lassen of branden
  • Stof bij hakken of boren
  • Spatten van bijtende, irriterende of schadelijke vloeistoffen
  • Veiligheidsbril (gehard glas of kunststof, meestal met zijkapjes): tegen rondvliegende harde, scherpe deeltjes
  • Ruimzichtbril (sluit aan op het gezicht, met open of stofdichte ventilatieopeningen in de rand): in een stoffige omgeving, bij slijpen, hakken en boren en tegen spatten van gevaarlijke vloeistoffen
  • Gelaatsscherm (kunststof of metaalgaas over je hele gezicht): tegen rondvliegend stof, gevaarlijke vloeistoffen en gloeiende deeltjes bij kortsluiting. Ook bij werk met een hogedrukreiniger. Let op: het beschermt niet tegen stoffen, gassen en dampen, en niet tegen stof dat van onderen komt

Kort: harde, scherpe deeltjes horen bij de veiligheidsbril. Stof, hakken, boren, slijpen en spatten horen bij de ruimzichtbril. Je hele gezicht (hogedrukreiniger, gevaarlijke vloeistof, gloeiende deeltjes bij kortsluiting) hoort bij het gelaatsscherm.

  • VeiligheidsbrilVeiligheidsbril
  • RuimzichtbrilRuimzichtbril
  • GelaatsschermGelaatsscherm
  • Oogbescherming verplicht
  • Gelaatsbescherming verplicht
💡 Scherpe deeltjes: veiligheidsbril. Stof en spatten: ruimzichtbril. Hele gezicht: gelaatsscherm.

Gehoor

Gevaren: lawaaidoofheid op lange termijn, andere geluiden worden gemaskeerd en je verstaat elkaar slechter.

Beschikbaar stellen vanaf 80 dB(A), verplicht dragen vanaf 85 dB(A).

  • Watten of propjes (geplastificeerd): maximaal circa 10 dB(A) demping
  • Pluggen (kunststof staafjes of schuimrolletjes in het oor): 10 tot 15 dB(A)
  • Universele oordoppen aan een beugel om je nek: 10 tot 15 dB(A)
  • Otoplastieken (op maat gemaakt van een afgietsel van het oor, met filter): circa 25 dB(A)
  • Oorkappen (zien eruit als een grote koptelefoon en sluiten je oren af): circa 25 dB(A)

Hoe harder het geluid, hoe meer demping je nodig hebt. De meeste demping geven otoplastieken en oorkappen.

Goed om te weten: trek de demping van het geluidsniveau af. Dan weet je ruwweg hoeveel geluid er nog bij je oor komt. Bij 100 dB(A) houd je met pluggen nog 85 tot 90 dB(A) over, met oorkappen ongeveer 75 dB(A). Draagcomfort is persoonlijk: je mag meedenken over welk middel je krijgt.

  • Oordoppen aan een beugelOordoppen aan een beugel
  • OtoplastiekOtoplastiek
  • OorkappenOorkappen
  • Gehoorbescherming verplicht
💡 Vanaf 80 dB(A) aanbieden, vanaf 85 dB(A) verplicht dragen. Otoplastieken en oorkappen dempen het meest: circa 25 dB(A).

Ademhaling

Gevaren: te weinig zuurstof, te veel damp, gas of stof in de lucht, of hinder door damp, gas of stof.

Filtermaskers reinigen de lucht die je inademt. Ze werken NIET bij te weinig zuurstof. Filters zijn beperkt bruikbaar: dat hangt af van het soort filter, de concentratie in de lucht en hoeveel lucht je inademt. Je gebruikt een filtermasker als de concentratie hoger is dan de grenswaarde (de wettelijke bovengrens van een stof in de lucht).

Controleer twee dingen. Past de toegepaste protectiefactor (TPF) bij de concentratie? De TPF zegt hoeveel keer schoner de lucht in je masker is. En is het filter geschikt voor dit gas, deze damp of dit stof? Rekenregel: is de concentratie 20 keer de grenswaarde, dan heb je minimaal een protectiefactor van 20 nodig.

Stoffilters: P1 tegen hinderlijk stof, P2 tegen schadelijk stof, P3 tegen giftig stof. Stoffilters houden geen gassen of dampen tegen en raken bij lang gebruik verstopt. Elk gas- of dampfilter hoort bij één soort gas of damp. En bij een maximale hoeveelheid die het opneemt. Ze raken verzadigd en slaan dan door.

Wegwerpstofmaskers ('snuitjes') en maskers met een inlegfilter gebruik je alleen tegen stof, nooit bij gas of damp. Half- of volgelaatsmaskers met schroeffilter kunnen tegen stof én gas of damp. Een volgelaatsmasker bedekt je hele gezicht.

Onafhankelijke adembescherming haalt geen lucht uit de ruimte: schone lucht uit flessen, een ademluchtleiding, een ademluchtunit of een verse-luchtkap met aanzuiging van buiten. Normaal zit er 21% zuurstof in de lucht. Onder 19% spreek je van zuurstofgebrek. Je gebruikt onafhankelijke adembescherming:

  • Bij minder dan 19% zuurstof
  • Bij een grote of onbekende concentratie gevaarlijke stof
  • In een besloten ruimte boven de grenswaarde

Alleen na extra opleiding.

  • WegwerpstofmaskerWegwerpstofmasker
  • Adembescherming verplicht
💡 Te weinig zuurstof? Nooit een filtermasker, altijd onafhankelijke adembescherming.

Hoofd, handen en armen

Hoofd. Gevaren: vallende voorwerpen en stoten. Helm: het binnenwerk vangt de schok op en verdeelt die over je hoofd. Het buitenwerk houdt het voorwerp of de stoot tegen. Stel het binnenwerk goed af. Vervang de helm na een bepaalde periode én na een val, stoot of vallend voorwerp. Metalen helmen zijn in de industrie verboden omdat ze stroom geleiden.

Handen en armen. Gevaren: scherpe voorwerpen, hitte, koude, straling en gevaarlijke stoffen. Vormen: handschoenen in verschillende materialen, ook met een verlengde pols- of armbescherming.

Gebruik: snijbestendige handschoenen bij snijden, isolerende handschoenen bij hitte of koude, kunststof of rubberen handschoenen bij gevaarlijke stoffen. Nooit leren of stoffen handschoenen bij gevaarlijke stoffen.

Bij draaiende delen: alleen nauwsluitende handschoenen, anders word je gegrepen. Ruime of loszittende handschoenen zijn daar altijd fout.

Goed om te weten: sommige bedrijven verbieden handschoenen bij draaiende delen helemaal. Dat is een bedrijfsregel; het examenantwoord blijft: alleen nauwsluitende handschoenen.

  • VeiligheidshelmVeiligheidshelm
  • Veiligheidshelm verplicht
  • Veiligheidshandschoenen verplicht
💡 Helm na een klap altijd vervangen, ook zonder zichtbare schade. Draaiende delen: nooit ruime handschoenen.

Voeten en benen

Gevaren: vallende voorwerpen, trappen in scherpe voorwerpen, gevaarlijke stoffen, uitglijden en opbouw van statische elektriciteit.

Veiligheidsschoenen en veiligheidslaarzen hebben een versterkte neus tegen vallende zware voorwerpen, een versterkte zool tegen scherpe voorwerpen en een antislipzool.

In de bouw zijn veiligheidsschoenen met versterkte neus en zool verplicht. Veiligheidslaarzen zijn verplicht als er water of gevaarlijke stoffen kunnen zijn. Antistatische schoenen zijn verplicht in explosiegevaarlijk gebied.

Onderhoud: vet ze regelmatig in. Droog natte schoenen niet bij de verwarming. Vervang ze als ze versleten zijn of als er gevaarlijke stoffen op zijn gekomen.

  • VeiligheidsschoenenVeiligheidsschoenen
  • Veiligheidsschoenen verplicht
💡 Bouw: versterkte neus en zool. Water of gevaarlijke stoffen: laarzen. Explosiegevaar: antistatisch.

Lichaam en kleding

Gevaren: vuil, gevaarlijke stoffen, warmte, koude, regen en slechte zichtbaarheid. Vormen: overall, beschermende kleding, wegwerpkleding, doorwerkkleding, isolerend ondergoed, regenkleding en signaalkleding.

Gebruik: overall tegen vuil en bij lassen en slijpen.

  • Gevaarlijke stoffen, hitte, koude of straling: beschermende kleding
  • Gezien willen worden: signaalkleding
  • Lage temperaturen: doorwerkkleding en isolerend ondergoed
  • Explosiegevaar: antistatische kleding

Regels:

  • Blaas je kleding nooit schoon met perslucht
  • Vervuilde kleding: meteen wassen of wisselen
  • Draag je kleding gesloten bij bewegende en draaiende delen
  • Kapotte kleding meteen laten maken of vervangen
  • Wegwerpkleding gooi je na één keer weg

Goed om te weten: bij lassen en slijpen kies je in de praktijk een overall van brandvertragend materiaal, zonder wijde mouwen of loshangende delen.

  • Beschermende kleding verplicht
💡 Overall: tegen vuil en bij lassen en slijpen. Kou: doorwerkkleding. Nooit schoonblazen met perslucht.

Kies je PBM in 3 stappen

Stap 1: welk gevaar? Stap 2: welk lichaamsdeel? Stap 3: welk middel?

  • Scherpe deeltjes: ogen, veiligheidsbril. Stof of spatten: ogen, ruimzichtbril. Hele gezicht: gelaatsscherm
  • Lawaai: gehoor, pluggen, otoplastieken of oorkappen. Hoe harder het geluid, hoe meer demping
  • Stof: ademhaling, stoffilter P1, P2 of P3. Gas of damp: gas- of dampfilter. Te weinig zuurstof of een grote, onbekende concentratie: onafhankelijke adembescherming
  • Vallende voorwerpen: hoofd, helm. Snijden, hitte, chemie: handen, de passende handschoen
  • Vallende of scherpe voorwerpen: voeten, veiligheidsschoenen. Water of chemie: laarzen. Explosiegevaar: antistatisch
  • Vuil, lassen of slijpen: lichaam, overall. Kou: doorwerkkleding en isolerend ondergoed. Zichtbaar zijn: signaalkleding

Heb je een PBM gekozen? Controleer het voor gebruik en gebruik het zoals het bedoeld is. Gehoorbescherming heet op het examen soms een gehoorbeschermingsmiddel.

💡 Gevaar, lichaamsdeel, middel. Altijd in die volgorde.

Dit weet je nu

Gevaar, lichaamsdeel, middel: zo kies je altijd goed.

  • Een PBM is de laatste stap en beperkt letsel, het voorkomt geen ongeval. Je werkgever geeft, jij controleert, gebruikt en onderhoudt.
  • 80 dB(A) aanbieden, 85 dB(A) dragen. Te weinig zuurstof? Nooit een filter, altijd onafhankelijke adembescherming.
  • Helm na een klap vervangen, chemie met rubber, explosiegevaar met antistatisch, nooit ruime handschoenen bij draaiende delen.
Claartje leest voor

Test jezelf

181 oefenvragen over persoonlijke beschermingsmiddelen (pbm's) in de app. Of doe nu het gratis proefexamen met vragen uit alle hoofdstukken, voorgelezen door Claartje.

Gratis proefexamen

Oefenvragen: persoonlijke beschermingsmiddelen (pbm's)

Klik op een vraag voor het antwoord, de uitleg en waarom de andere antwoorden niet kloppen.

Wanneer gebruik je persoonlijke beschermingsmiddelen?
  1. Altijd als eerste maatregel, omdat dat het snelst en goedkoopst is
  2. Als het gevaar niet bij de bron, met afscherming of collectief is op te lossen
  3. Alleen als de Nederlandse Arbeidsinspectie op de werkplek komt controleren
  4. Alleen bij werk op hoogte, zoals op een steiger of ladder

Antwoord: B

Je gebruikt PBM's pas als het gevaar niet bij de bron kan worden weggenomen, niet kan worden afgeschermd en niet met collectieve maatregelen is op te lossen. Een PBM is dus de laatste stap.

Waarom de andere antwoorden niet kloppen

  • A: Een PBM is juist de laatste stap; eerst pak je het gevaar bij de bron aan.
  • C: Je draagt PBM's voor je eigen veiligheid, niet voor een inspecteur.
  • D: PBM's gebruik je bij elk gevaar dat je niet anders kunt oplossen, niet alleen op hoogte.
Wie moet ervoor zorgen dat PBM's beschikbaar zijn?
  1. De werknemer zelf, hij koopt ze
  2. De werkgever of de inlener
  3. De Nederlandse Arbeidsinspectie
  4. De fabrikant levert ze gratis

Antwoord: B

De werkgever of inlener stelt PBM's beschikbaar. De werknemer controleert, gebruikt, onderhoudt en bergt ze op.

Waarom de andere antwoorden niet kloppen

  • A: Je hoeft je PBM's niet zelf te kopen; je controleert en onderhoudt ze wel.
  • C: De Nederlandse Arbeidsinspectie houdt toezicht, maar levert geen PBM's.
  • D: De fabrikant maakt en test de PBM's; je werkgever koopt ze en geeft ze aan jou.
Je gaat beton hakken in een stoffige ruimte. Welke oogbescherming kies je?
  1. Een gewone veiligheidsbril met zijkapjes
  2. Een ruimzichtbril die op het gezicht aansluit
  3. Een zonnebril
  4. Geen, hakken is geen gevaar voor de ogen

Antwoord: B

In een stoffige omgeving en bij slijpen, hakken en boren kies je een ruimzichtbril. Een gewone veiligheidsbril beschermt vooral tegen rondvliegende harde deeltjes.

Waarom de andere antwoorden niet kloppen

  • A: Een gewone veiligheidsbril laat aan de zijkant stof door; hij is voor scherpe deeltjes.
  • C: Een zonnebril houdt geen stof of rondvliegende deeltjes tegen.
  • D: Bij hakken vliegen stof en deeltjes rond; je ogen lopen wel degelijk gevaar.
Waar beschermt een gelaatsscherm NIET tegen?
  1. Rondvliegende gloeiende deeltjes
  2. Spatten van een hogedrukreiniger
  3. Stof, gas en damp die van onderen komen
  4. Rondvliegend stof

Antwoord: C

Een gelaatsscherm beschermt het hele gezicht tegen spatten en deeltjes, maar niet tegen stoffen, gassen, dampen en stofdeeltjes die van onderen komen.

Waarom de andere antwoorden niet kloppen

  • A: Tegen gloeiende deeltjes beschermt een gelaatsscherm juist wel.
  • B: Een gelaatsscherm is precies bedoeld voor werk met een hogedrukreiniger.
  • D: Tegen rondvliegend stof beschermt een gelaatsscherm wel, zolang het niet van onderen komt.
Vanaf welk geluidsniveau is het dragen van gehoorbescherming verplicht?
  1. 70 dB(A)
  2. 80 dB(A)
  3. 85 dB(A)
  4. 100 dB(A)

Antwoord: C

Vanaf 80 dB(A) moet de werkgever gehoorbescherming beschikbaar stellen, vanaf 85 dB(A) is dragen verplicht.

Waarom de andere antwoorden niet kloppen

  • A: Bij 70 dB(A) is er nog geen enkele verplichting; dat is onder de grens.
  • B: Vanaf 80 dB(A) moet je werkgever gehoorbescherming aanbieden; dragen is dan nog niet verplicht.
  • D: Bij 100 dB(A) ben je al ver over de grens; de plicht begint eerder.
Welke gehoorbescherming geeft de meeste demping, ongeveer 25 dB(A)?
  1. Watten
  2. Schuimpluggen
  3. Otoplastieken of oorkappen
  4. Universele oordoppen aan een beugel

Antwoord: C

Otoplastieken (op maat, met filter) en oorkappen dempen ongeveer 25 dB(A). Watten circa 10, pluggen en universele doppen 10 tot 15.

Waarom de andere antwoorden niet kloppen

  • A: Watten of propjes dempen maar ongeveer 10 dB(A).
  • B: Schuimpluggen dempen 10 tot 15 dB(A), niet 25.
  • D: Universele oordoppen aan een beugel dempen 10 tot 15 dB(A).

Bron: SSVV, VCA eind- en toetstermen 3.1 (m.i.v. 1 september 2026) en toetsmatrijs B-VCA versie 2026.