Home › Kennisbank › Preventie
📋 Hoofdstuk A · Voorbereiden, bespreken en inspecteren · 2 van de 40 examenvragenPreventie
Gevaren herkennen, de juiste volgorde van maatregelen kiezen, en de LMRA: even nadenken voordat je begint.
Goed om te weten: gevaar of risico?
Dit is achtergrond, geen examenstof. Het helpt je wel om gevaren op het werk te herkennen.
Een gevaar is iets wat schade kán veroorzaken: een stof, een machine, een situatie. Bijvoorbeeld een open vloeropening.
Een risico is hoe groot de kans is dat het misgaat, én hoe erg het dan is. Kans keer ernst.
Bij die open vloeropening is het risico groot als er veel mensen langslopen in het donker. Het risico is klein als de opening is afgezet met een hek. Het gevaar (de opening) blijft, het risico wordt kleiner.
Dat iets nog nooit is misgegaan, zegt niets over het risico.
Onveilige handelingen en situaties
Een ongeval of incident heeft twee directe oorzaken: een onveilige handeling of een onveilige situatie.
Onveilige handeling: iets wat iemand doet (of juist niet doet) en wat tot een ongeval kan leiden. Bijvoorbeeld:
- Werken zonder veiligheidsafspraken of werkvergunning
- Je PBM's niet gebruiken
- Beveiligingen uitschakelen
- Gereedschap verkeerd gebruiken
- Kapot gereedschap gebruiken
- Lasten verkeerd verplaatsen
Onveilige situatie: je werkt terwijl de omstandigheden niet veilig zijn. Ook daardoor kan een ongeval gebeuren. Bijvoorbeeld geen of te weinig verlichting, geen of geblokkeerde vluchtwegen, rommel op de vloer, of een machine zonder goede beveiliging.
Preventie betekent: onveilige handelingen en onveilige situaties voorkomen.
Waar komt gevaar vandaan?
Bekende gevaren: snijgevaar, valgevaar, vallen van hoogte, brand, ontploffing, giftige stoffen, lawaai, straling, bewegende onderdelen (beknelling, geraakt worden), vallende voorwerpen en lasten, voertuigen en verkeer.
Gevaar komt uit zes hoeken:
- Het soort werk
- De werkplek en de omgeving
- Het gereedschap en de machines
- De producten en materialen waarmee je werkt
- Je eigen gedrag
- Te weinig kennis of ervaring
Werk met extra gevaar: wat kan er gebeuren?
Sommig werk brengt extra gevaar en risico's mee. Koppel het werk aan wat er mis kan gaan:
- Werken op hoogte: vallen
- Graafwerk: een kabel of gasleiding raken, met een elektrische schok, brand of explosie als gevolg
- Werken met elektriciteit: een elektrische schok
- Gevaarlijke stoffen en hoge druk: vergiftiging, brandwonden, wegspuitende vloeistof
- Gevaarlijke machines en gereedschap: snijden, beknelling
- Lawaai, hitte, kou en straling: gehoorschade, oververhitting, onderkoeling, stralingsschade
De preventiehiërarchie (arbeidshygiënische strategie)
De werkgever móet maatregelen in deze volgorde nemen:
1. Bronaanpak: de oorzaak wegnemen, het gevaar voorkomen of een veiligere werkmethode kiezen 2. Collectieve maatregelen, dus voor iedereen tegelijk: afschermen en beveiligen, goede werkmethodes en goed gereedschap gebruiken, en de blootstelling beperken (korter, minder vaak, minder sterk, minder mensen) 3. Individuele maatregelen, dus per persoon: taakroulatie (om de beurt ander werk doen), zwaar werk verdelen, instructie en controle 4. Persoonlijke beschermingsmiddelen: pas als de eerste drie te weinig effect hebben
PBM's zijn dus de laatste stap, niet de eerste.
Wat doe je bij een onveilige situatie?
Zie je een onveilige situatie? Dit hoort bij de aanpak:
- De oorzaak wegnemen
- Afschermen en beveiligen, als de oorzaak niet meteen weg kan
- Waarschuwen
- Anderen inschakelen
- In de goede volgorde werken: eerst de bron, dan de rest
Meld een onveilige situatie altijd bij je leidinggevende, ook als je het zelf hebt opgelost.
Zie je een onveilige handeling? Dan laat je de handeling stoppen en meld je het aan je leidinggevende.
De LMRA: Laatste Minuut Risico Analyse
De LMRA doe je zélf, op de werkplek, vlak voordat je begint. Ook bij routinewerk, bij een nieuwe taak en als de omstandigheden veranderen. Het is even goed nadenken, soms met een vragenlijst erbij.
Je stelt jezelf vragen als:
- Wat ga ik doen en wat kan er fout gaan?
- Wat zijn de risico's van de materialen en het gereedschap?
- Wat doe ik als het fout gaat, en wat is de vluchtroute?
- Heb ik de juiste PBM's en gereedschap, en zijn ze in goede staat?
- Zijn de omgeving en andere mensen veilig?
TRA en LMRA: wie doet wat?
Mensen halen de TRA (taakrisicoanalyse) en de LMRA vaak door elkaar. Zo houd je ze uit elkaar:
Wie? TRA: het bedrijf, vaak de leidinggevende. LMRA: jijzelf.
Wanneer? TRA: vooraf, voor een risicovolle taak of een taak in een risicovolle omgeving. LMRA: op de werkplek, vlak voor de start, elke keer opnieuw.
Wat komt eruit? TRA: afspraken over maatregelen om de risico's te beheersen. LMRA: jouw beslissing om wel of niet te beginnen, en andere vervolgacties.
Een TRA vervangt de LMRA nooit. Ook met een TRA op papier doe je vlak voor de start je eigen check.
De basis van alles is de RI&E (risico-inventarisatie en -evaluatie). Daarin brengt de werkgever alle risico's van het bedrijf in kaart, in vijf stappen: gevaren identificeren, risico's inventariseren, risico's evalueren, maatregelen bepalen en de overblijvende risico's evalueren. Uit de RI&E en de TRA haalt het bedrijf twee dingen: welke taken risicovol zijn, en wat er in de werkinstructies komt.
Na de LMRA: wat kun je doen?
Wat je daarna kunt doen:
- Beginnen, of juist niet
- Stoppen
- Overleggen
- De werkmethode aanpassen
- Melden wat je ziet
- Waakzaam blijven
Het doel: eerst denken, dan doen. Je weet welke risico's er zijn en wat je eraan gaat doen.
Dit weet je nu
Tijd om te oefenen. Ga je mee naar de vragen?
- Een ongeval heeft twee directe oorzaken: een onveilige handeling (iets wat iemand doet) of een onveilige situatie (de voorwaarden voor veilig werken kloppen niet).
- Maatregelen in vaste volgorde: eerst de bron, dan collectief, dan individueel, en pas als laatste PBM's.
- De LMRA doe je zelf, op de werkplek, vlak voor de start. Twijfel je? Niet beginnen, overleggen en melden.
Test jezelf
99 oefenvragen over preventie in de app. Of doe nu het gratis proefexamen met vragen uit alle hoofdstukken, voorgelezen door Claartje.
Gratis proefexamenOefenvragen: preventie
Klik op een vraag voor het antwoord, de uitleg en waarom de andere antwoorden niet kloppen.
Een collega haalt de beschermkap van de slijptol af om sneller te kunnen werken. Wat is dit?
- Een onveilige situatie
- Een onveilige handeling
- Een noodsituatie
- Een bijna-ongeval
Antwoord: B
Een beveiliging weghalen is iets wat iemand dóet: een onveilige handeling. Een onveilige situatie gaat over de omstandigheden, zoals slechte verlichting of een machine die zonder beveiliging in de werkplaats staat.
Waarom de andere antwoorden niet kloppen
- A: Een situatie gaat over de omstandigheden; hier dóet iemand iets.
- C: Er is nog niets misgegaan, dus dit is geen noodsituatie.
- D: Een bijna-ongeval is iets wat net goed afliep; hier is nog niets gebeurd.
In een magazijn staat een pallet voor de nooduitgang. Wat is dit?
- Een onveilige handeling
- Een onveilige situatie
- Een LMRA
- Een collectieve maatregel
Antwoord: B
Een geblokkeerde vluchtweg is een onveilige situatie: er wordt gewerkt zonder dat aan de voorwaarden voor veilig werken is voldaan.
Waarom de andere antwoorden niet kloppen
- A: Een handeling is iets wat iemand doet; hier kloppen de omstandigheden niet.
- C: Een LMRA is jouw check vlak voor de start, geen situatie op de werkvloer.
- D: Een collectieve maatregel beschermt iedereen; een pallet voor de deur doet het tegenovergestelde.
Bij het schuren komt veel stof vrij. Welke maatregel staat het hoogst in de preventiehiërarchie?
- Iedereen een stofmasker geven
- Een schuurmethode kiezen waarbij geen stof vrijkomt
- Werknemers om de beurt laten schuren
- Een instructie geven over stof
Antwoord: B
Bronaanpak staat bovenaan: het gevaar wegnemen of een veiliger werkmethode kiezen. PBM's zijn de laatste stap.
Waarom de andere antwoorden niet kloppen
- A: Een stofmasker is een PBM, en dat is de laatste stap in de hiërarchie.
- C: Om de beurt werken is een individuele maatregel, stap 3.
- D: Instructie is een individuele maatregel, niet de bron aanpakken.
Een machine in de werkplaats maakt veel lawaai. Er is nog geen stillere machine. Je werkgever laat de collega's die niet bij de machine hoeven te zijn, in een andere ruimte werken. Bij welke stap van de arbeidshygiënische strategie hoort dit?
- Bronaanpak
- Collectieve maatregel
- Individuele maatregel
Antwoord: B
Bij de collectieve maatregelen hoort ook: de blootstelling beperken. Dat kan in duur, frequentie, intensiteit en aantal personen. Minder mensen in het lawaai is dus een collectieve maatregel, stap 2.
Waarom de andere antwoorden niet kloppen
- A: De machine maakt nog net zoveel lawaai; de bron is niet aangepakt.
- C: Individuele maatregelen zijn taakroulatie, belastend werk verdelen, en instructie en controle. Minder mensen blootstellen is collectief.
Je werkt op een verdieping met een open vloeropening. Je leidinggevende wil een collectieve maatregel nemen. Welke maatregel is dat?
- Iedereen een veiligheidsharnas geven
- Een hekwerk rond de vloeropening plaatsen
- Om de beurt bij de opening werken
- Een instructie geven over valgevaar
Antwoord: B
Een hekwerk beschermt iedereen tegelijk: dat is een collectieve maatregel (stap 2). Een veiligheidsharnas is een PBM, om de beurt werken en instructie zijn individuele maatregelen.
Waarom de andere antwoorden niet kloppen
- A: Een veiligheidsharnas beschermt alleen wie het draagt: dat is een PBM.
- C: Om de beurt werken verdeelt het risico per persoon: een individuele maatregel.
- D: Instructie richt zich op de persoon: een individuele maatregel.
Je komt 's ochtends op het bouwterrein. Je eerste klus begint pas om tien uur, na het werkoverleg. Wanneer doe je de LMRA voor die klus?
- Bij aankomst op het terrein, dan is het maar gedaan
- Tijdens het werkoverleg, samen met de ploeg
- Vlak voordat je met de klus begint, op de werkplek
- Aan het einde van de dag, als controle achteraf
Antwoord: C
De LMRA doe je zelf, op de werkplek, vlak voordat je met de taak begint. Zo beoordeel je de situatie zoals die op dat moment is, en niet zoals die uren eerder was.
Waarom de andere antwoorden niet kloppen
- A: Uren van tevoren weet je nog niet hoe de werkplek er straks bij ligt.
- B: De LMRA doe je zelf, niet als groep in het overleg.
- D: Achteraf checken helpt niet meer; de LMRA gaat over wat er nog kan misgaan.
Bron: SSVV, VCA eind- en toetstermen 3.1 (m.i.v. 1 september 2026) en toetsmatrijs B-VCA versie 2026.