Home › Kennisbank › Brand en explosie
☣️ Hoofdstuk C · Specifieke gevaren beheersen · 10 examenvragenBrand en explosie
Hoe brand ontstaat, welke brandklassen er zijn, welk blusmiddel je kiest en wat je doet als je brand ontdekt.
De branddriehoek
Voor brand of explosie zijn drie dingen nodig: een brandbare stof, zuurstof en ontstekingsenergie. Haal er één weg en de brand stopt.
Rook en verbrandingsgassen beperken het zicht, kunnen giftig zijn en zijn lichter dan lucht. Hitte kan producten in de buurt spontaan laten ontbranden en gasflessen laten scheuren of ontploffen.
Een explosiemeter waarschuwt bij 10% van de LEL (onderste explosiegrens). Alleen gebruiken na instructie en met specifieke afspraken.
Brandklassen
- Klasse A: vaste stoffen zoals hout, papier, textiel, plastic
- Klasse B: vloeistoffen zoals benzine, olie, verf, oplosmiddelen
- Klasse C: gassen zoals methaan, propaan, butaan, acetyleen
- Klasse D: metalen zoals magnesium, aluminium, natrium
- Niet geclassificeerd: branden in of aan elektrische apparatuur
Welk blusmiddel?
- A (vast): water, ABC-poeder, schuim, blusdeken (ook voor brandende personen)
- B (vloeistof): ABC- of BC-poeder, schuim, zand. Nooit water: de vloeistof spat en drijft, de brand verspreidt zich
- C (gas): gastoevoer afsluiten, poeder
- D (metaal): speciaal metaalbluspoeder
- Elektrisch: koolstofdioxide (CO2) of speciaal schuim
Blusprincipes: brandstof wegnemen, afkoelen, zuurstof verdringen, ontstekingsbron wegnemen.
Nadelen: water geleidt stroom en geeft waterschade. Schuim kan stroom geleiden. Poeder koelt weinig, vervuilt en beperkt het zicht. CO2 kan vrieswonden geven en verstikkend werken in kleine ruimtes. Een blusdeken vraagt dat je dicht bij het vuur komt.
Brand ontdekt: wat doe je?
1. Zorg voor je eigen veiligheid 2. Meld de brand 3. Waarschuw mensen in de omgeving 4. Sluit deuren en ramen 5. Breng mensen in veiligheid 6. Blus alleen als je dat kunt
Bij blussen: eigen veiligheid, juiste blusmiddel, doof het vuur, blijf opletten want het vuur kan weer oplaaien, en stop en evacueer als het niet lukt.
Brandwonden: zo snel mogelijk koelen met lauw stromend water, 10 tot 20 minuten.
Oefen dit onderwerp met Claartje
10 oefenvragen over brand en explosie, met uitleg bij elk antwoord en herhaling van wat je fout had.
Gratis proefexamenOefenvragen over brand en explosie
Klik op een vraag om het antwoord en de uitleg te zien.
Welke drie factoren zijn nodig om een brand te laten ontstaan?
- Brandbare stof, zuurstof en ontstekingsenergie
- Hout, wind en water
- Vloeistof, stroom en gas
- Rook, hitte en licht
Antwoord: A
De branddriehoek: brandbare stof, zuurstof en ontstekingsenergie.
Een bak met olie staat in brand. Welk blusmiddel gebruik je NIET?
- Schuim
- Bluspoeder
- Water
- Zand
Antwoord: C
Water op een brandende vloeistof: de vloeistof spat uiteen met een steekvlam en drijft op het water, waardoor de brand zich verspreidt.
Een schakelkast staat in brand. Wat is het meest geschikte blusmiddel?
- Water
- Koolstofdioxide (CO2)
- Een emmer zand
- Een natte doek
Antwoord: B
Branden in elektrische apparatuur blus je met koolstofdioxide of aangepast schuim. Water en gewoon schuim geleiden stroom.
Tot welke brandklasse hoort brandend hout of papier?
- Klasse A
- Klasse B
- Klasse C
- Klasse D
Antwoord: A
Klasse A zijn vaste stoffen: hout, papier, katoen, plastic, textiel.
Een gasfles met propaan staat in brand bij de kraan. Wat is de eerste blusmethode?
- Blussen met water
- De gastoevoer afsluiten
- Zand over de fles gooien
- Een blusdeken over de fles leggen
Antwoord: B
Bij een gasbrand (klasse C) sluit je de gastoevoer af. Eventueel blussen met poeder.
Bron: SSVV, VCA eind- en toetstermen 3.1 (m.i.v. 1 september 2026) en toetsmatrijs B-VCA versie 2026.