Claartje

HomeKennisbank › Persoonlijke beschermingsmiddelen

🛠️ Hoofdstuk B · Uitvoeren van werkzaamheden · 19 examenvragen

Persoonlijke beschermingsmiddelen

Wanneer je PBM's gebruikt, wie waarvoor verantwoordelijk is, en welk middel je kiest voor ogen, gehoor, ademhaling, hoofd, handen, voeten en lichaam.

PBM's: wanneer en wie

Een PBM is uitrusting of kleding die jou beschermt tegen gevaren op het werk. Je gebruikt PBM's pas als het gevaar niet bij de bron kan worden weggenomen, niet kan worden afgeschermd en niet met collectieve maatregelen is op te lossen.

De fabrikant zorgt dat het PBM echt beschermt, getest is en een CE-markering heeft. De werkgever of inlener stelt PBM's beschikbaar. Jij controleert ze regelmatig, gebruikt ze goed, slaat ze zorgvuldig op en onderhoudt ze.

Sommige PBM's mag je alleen gebruiken na een extra opleiding of instructie: onafhankelijke adembescherming, valbeveiliging en lasbeschermingsmiddelen.

💡 Werkgever geeft, jij controleert, gebruikt, onderhoudt en bergt op.

Ogen en gezicht

Gevaren: rondvliegende harde, scherpe of gloeiende deeltjes, stof, spatten van gevaarlijke vloeistoffen.

  • Veiligheidsbril (gehard glas of kunststof, meestal met zijkapjes): tegen rondvliegende harde deeltjes
  • Ruimzichtbril (sluit aan op het gezicht): in stoffige omgeving, bij slijpen, hakken, boren en tegen spatten
  • Gelaatsscherm: tegen rondvliegend stof, vloeistoffen en gloeiende deeltjes, bijvoorbeeld bij een hogedrukreiniger. Let op: beschermt niet tegen stof, gas of damp die van onderen komt

Gehoor

Beschikbaar stellen vanaf 80 dB(A), verplicht dragen vanaf 85 dB(A).

  • Watten of propjes: circa 10 dB(A) demping
  • Pluggen (schuimrolletjes): 10 tot 15 dB(A)
  • Universele oordoppen aan een beugel: 10 tot 15 dB(A)
  • Otoplastieken (op maat gemaakt, met filter): circa 25 dB(A)
  • Oorkappen: circa 25 dB(A)
💡 80 = aanbieden, 85 = verplicht dragen.

Ademhaling

Filtermaskers reinigen de lucht die je inademt. Ze werken NIET bij te weinig zuurstof.

Stoffilters: P1 (hinderlijk stof), P2 (schadelijk stof), P3 (giftig stof). Stoffilters houden geen gassen of dampen tegen. Gas- en dampfilters raken verzadigd en slaan dan door.

Wegwerpstofmaskers ('snuitjes') alleen tegen stof, nooit bij gas of damp. Rubberen half- of volgelaatsmaskers met schroeffilter kunnen tegen stof én gas of damp.

Onafhankelijke adembescherming (ademlucht uit flessen of een leiding) gebruik je bij minder dan 19% zuurstof, bij grote of onbekende concentraties gevaarlijke stoffen, en in een besloten ruimte als de grenswaarde wordt overschreden. Alleen na extra opleiding.

💡 Te weinig zuurstof? Nooit een filtermasker, altijd onafhankelijke adembescherming.

Hoofd, handen en armen

Helm: het binnenwerk vangt de schok op, het buitenwerk houdt het voorwerp tegen. Stel het binnenwerk goed af. Vervang de helm na een bepaalde periode én na een val, stoot of vallend voorwerp. Metalen helmen zijn in de industrie verboden omdat ze stroom geleiden.

Handschoenen: snijbestendig bij snijden, isolerend bij hitte of koude, kunststof of rubber bij gevaarlijke stoffen. Nooit leren of stoffen handschoenen bij gevaarlijke stoffen. Bij draaiende delen alleen nauwsluitende handschoenen, anders word je gegrepen.

💡 Helm na een klap altijd vervangen, ook zonder zichtbare schade.

Voeten en lichaam

Veiligheidsschoenen: versterkte neus tegen vallende voorwerpen, versterkte zool tegen scherpe voorwerpen, antislipzool. In de bouw verplicht. Laarzen als er water of gevaarlijke stoffen zijn. Antistatische schoenen in explosiegevaarlijk gebied. Onderhoud: invetten, niet bij de verwarming drogen, vervangen als ze versleten zijn of met gevaarlijke stoffen in aanraking kwamen.

Kleding: overall tegen vuil en bij lassen en slijpen, beschermende kleding bij gevaarlijke stoffen, hitte, koude en straling, signaalkleding om zichtbaar te zijn, antistatische kleding bij explosiegevaar. Regels: niet schoonblazen met perslucht, vervuilde kleding direct reinigen of wisselen, gesloten dragen bij draaiende delen, wegwerpkleding na één keer weggooien.

Oefen dit onderwerp met Claartje

16 oefenvragen over persoonlijke beschermingsmiddelen, met uitleg bij elk antwoord en herhaling van wat je fout had.

Gratis proefexamen

Oefenvragen over persoonlijke beschermingsmiddelen

Klik op een vraag om het antwoord en de uitleg te zien.

Wanneer gebruik je persoonlijke beschermingsmiddelen?
  1. Altijd als eerste maatregel, dat is het makkelijkst
  2. Als het gevaar niet bij de bron, door afscherming of met collectieve maatregelen is op te lossen
  3. Alleen als de Arbeidsinspectie langskomt
  4. Alleen bij werk boven 2,5 meter

Antwoord: B

PBM's zijn de laatste stap in de preventiehiërarchie.

Wie moet ervoor zorgen dat PBM's beschikbaar zijn?
  1. De werknemer zelf, hij koopt ze
  2. De werkgever of de inlener
  3. De Arbeidsinspectie
  4. De fabrikant levert ze gratis

Antwoord: B

De werkgever of inlener stelt PBM's beschikbaar. De werknemer controleert, gebruikt, onderhoudt en bergt ze op.

Welke PBM's mag je alleen gebruiken na een aanvullende opleiding of instructie? Kies alle juiste antwoorden.
  1. Onafhankelijke adembescherming
  2. Veiligheidsschoenen
  3. Valbeveiliging (harnas)
  4. Lasbeschermingsmiddelen

Antwoord: A en C en D

Onafhankelijke adembescherming, valbeveiliging en lasbeschermingsmiddelen vragen specifieke deskundigheid. Veiligheidsschoenen niet.

Je gaat beton hakken in een stoffige ruimte. Welke oogbescherming kies je?
  1. Een gewone veiligheidsbril met zijkapjes
  2. Een ruimzichtbril die op het gezicht aansluit
  3. Een zonnebril
  4. Geen, hakken is geen gevaar voor de ogen

Antwoord: B

In een stoffige omgeving en bij slijpen, hakken en boren kies je een ruimzichtbril. Een gewone veiligheidsbril beschermt vooral tegen rondvliegende harde deeltjes.

Waar beschermt een gelaatsscherm NIET tegen?
  1. Rondvliegende gloeiende deeltjes
  2. Spatten van een hogedrukreiniger
  3. Stof, gas en damp die van onderen komen
  4. Rondvliegend stof

Antwoord: C

Een gelaatsscherm beschermt het hele gezicht tegen spatten en deeltjes, maar niet tegen stoffen, gassen, dampen en stofdeeltjes die van onderen komen.

Bron: SSVV, VCA eind- en toetstermen 3.1 (m.i.v. 1 september 2026) en toetsmatrijs B-VCA versie 2026.