Claartje

HomeKennisbank › Gevaren, risico's en preventie

📋 Hoofdstuk A · Voorbereiden, bespreken en inspecteren · 8 examenvragen

Gevaren, risico's en preventie

Gevaren herkennen, de juiste volgorde van maatregelen kiezen, en de LMRA: even nadenken voordat je begint.

Onveilige handelingen en situaties

Een ongeval heeft bijna altijd een van twee directe oorzaken: een onveilige handeling of een onveilige situatie.

Onveilige handeling: iets wat jij doet en wat tot een ongeval kan leiden. Bijvoorbeeld werken zonder afspraken, PBM's niet dragen, beveiligingen uitschakelen, kapot gereedschap gebruiken.

Onveilige situatie: de omstandigheden kloppen niet. Bijvoorbeeld slechte verlichting, geblokkeerde vluchtwegen, rommel op de vloer, onbeveiligde machines.

Preventie = deze twee voorkomen.

Gevaren op het werk

Bekende gevaren: snijgevaar, valgevaar, vallen van hoogte, brand, ontploffing, giftige stoffen, lawaai, straling, bewegende onderdelen, vallende voorwerpen en lasten, voertuigen en verkeer.

Gevaar komt uit: het soort werk, de werkplek en omgeving, de arbeidsmiddelen, de producten waarmee je werkt, je eigen gedrag, en gebrek aan kennis of ervaring.

De preventiehiërarchie (arbeidshygiënische strategie)

De werkgever móet maatregelen in deze volgorde nemen:

1. Bronaanpak: het gevaar wegnemen of een veiliger methode kiezen 2. Collectieve maatregelen: afschermen, beveiligen, blootstelling beperken voor iedereen 3. Individuele maatregelen: taakroulatie, werk verdelen, instructie en controle 4. Persoonlijke beschermingsmiddelen: pas als de eerste drie te weinig effect hebben

PBM's zijn dus de laatste stap, niet de eerste.

💡 Volgorde: bron, collectief, individueel, PBM.

Wat doe je bij een onveilige situatie?

  • De oorzaak wegnemen
  • Afschermen en beveiligen
  • Waarschuwen
  • Anderen inschakelen
  • De juiste prioriteit kiezen volgens de preventiehiërarchie

Bij een onveilige handeling: melden aan de leidinggevende en de handeling (laten) stoppen.

RI&E en TRA

De RI&E (risico-inventarisatie en -evaluatie) is de basis. Stappen: gevaren identificeren, risico's inventariseren, risico's evalueren, maatregelen bepalen, overblijvende risico's evalueren.

Een TRA (taakrisicoanalyse) kijkt naar de gevaren van één risicovolle taak, om beheersmaatregelen af te spreken.

Op basis van RI&E en TRA maakt de werkgever werkinstructies en legt vast welke taken risicovol zijn.

💡 RI&E = het hele bedrijf. TRA = één risicovolle taak.

De LMRA: Laatste Minuut Risico Analyse

De LMRA doe je zélf, op de werkplek, vlak voordat je begint. Ook bij routinewerk, bij een nieuwe taak en als de omstandigheden veranderen. Het is een denkproces, eventueel met een vragenlijst.

Je stelt jezelf vragen als:

  • Wat ga ik doen en wat kan er fout gaan?
  • Wat zijn de risico's van de materialen en het gereedschap?
  • Wat doe ik als het fout gaat, en wat is de vluchtroute?
  • Heb ik de juiste PBM's en gereedschap, en zijn ze in goede staat?
  • Zijn de omgeving en andere mensen veilig?
💡 LMRA doe je altijd zelf, vlak voor de start, ook bij routinewerk.

Na de LMRA: wat kun je doen?

Mogelijke vervolgacties: beginnen of juist niet beginnen, stoppen, overleggen, de werkmethode aanpassen, je bevindingen melden, en waakzaam blijven.

Het doel is nadenken voordat je handelt, bewust worden van de risico's, en vervolgacties nemen of voorstellen.

Oefen dit onderwerp met Claartje

12 oefenvragen over gevaren, risico's en preventie, met uitleg bij elk antwoord en herhaling van wat je fout had.

Gratis proefexamen

Oefenvragen over gevaren, risico's en preventie

Klik op een vraag om het antwoord en de uitleg te zien.

Een collega gebruikt een slijptol met een kapotte beschermkap. Wat is dit?
  1. Een onveilige situatie
  2. Een onveilige handeling
  3. Een noodsituatie
  4. Een bijna-ongeval

Antwoord: B

Kapot gereedschap gebruiken is iets wat iemand dóet: een onveilige handeling. Een onveilige situatie gaat over de omstandigheden, zoals slechte verlichting.

In een magazijn staat een pallet voor de nooduitgang. Wat is dit?
  1. Een onveilige handeling
  2. Een onveilige situatie
  3. Een LMRA
  4. Een collectieve maatregel

Antwoord: B

Een geblokkeerde vluchtweg is een onveilige situatie: er wordt gewerkt zonder dat aan de voorwaarden voor veilig werken is voldaan.

Bij het schuren komt veel stof vrij. Welke maatregel staat het hoogst in de preventiehiërarchie?
  1. Iedereen een stofmasker geven
  2. Een schuurmethode kiezen waarbij geen stof vrijkomt
  3. Werknemers om de beurt laten schuren
  4. Een instructie geven over stof

Antwoord: B

Bronaanpak staat bovenaan: het gevaar wegnemen of een veiliger werkmethode kiezen. PBM's zijn de laatste stap.

Zet de preventiehiërarchie in de juiste volgorde, van eerst naar laatst.
  1. PBM's, individueel, collectief, bron
  2. Bron, collectief, individueel, PBM's
  3. Collectief, bron, PBM's, individueel
  4. Individueel, PBM's, bron, collectief

Antwoord: B

Eerst de bron aanpakken, dan collectieve maatregelen, dan individuele maatregelen, en pas als laatste persoonlijke beschermingsmiddelen.

Wat is een voorbeeld van een collectieve maatregel?
  1. Een veiligheidsbril voor elke medewerker
  2. Een hekwerk rond een vloeropening zodat niemand erin kan vallen
  3. Een collega die om de beurt het zware werk doet
  4. Een gevaarlijke stof vervangen door een minder gevaarlijke

Antwoord: B

Een hekwerk beschermt iedereen tegelijk: collectief. De bril is een PBM, taakroulatie is individueel, vervangen is bronaanpak.

Bron: SSVV, VCA eind- en toetstermen 3.1 (m.i.v. 1 september 2026) en toetsmatrijs B-VCA versie 2026.